De drie hoeken van je les
Een les heeft drie hoeken. Het lesdoel zegt wat een leerling aan het eind kan, inclusief het succescriterium: waaraan zie je dat het gelukt is? De activiteiten zijn wat leerlingen in de les doen: uitleg, opdrachten, oefenen. De toetsing is hoe je meet of het doel gehaald is, van een zelftoets tot een eindtoets.
Elke lijn tussen twee hoeken is een vraag. Doel en activiteiten: oefenen leerlingen wat het doel vraagt? Doel en toetsing: meet de toets het doel, op het juiste niveau? Activiteiten en toetsing: is wat je toetst ook echt geoefend?
Waar het vaak misgaat
- Het werkwoord verschuift. Het lesdoel zegt 'uitleggen', de toets vraagt 'benoemen'. Je meet dan iets makkelijkers dan je wilde.
- De toets vraagt iets wat niet geoefend is. Leerlingen hebben voorbeelden nagelopen, maar moeten in de toets zelf een casus oplossen.
- Oefenen zonder doel. Een leuke werkvorm die niet bijdraagt aan wat leerlingen moeten kunnen.
- Geen succescriterium. Als niet duidelijk is wanneer het doel gehaald is, kun je ook niet bepalen of de toets het meet.
Zo check je het zelf, in vier vragen
- 1Welk werkwoord staat in je lesdoel, en waaraan zie je dat een leerling het kan?
- 2Doen leerlingen in de les precies dat werkwoord, minstens één keer zelf?
- 3Vraagt je toets datzelfde werkwoord, op hetzelfde niveau?
- 4Komt alles wat je toetst ook in de les voor?
Gratis: de lesdoel-check →Gratis: welke toetsvraag past bij je lesdoel →Gratis: toetst je toets wat je les beloofde? →
Een voorbeeld uit de economieles
Lesdoel: de leerling kan uitleggen waarom de prijs van een product stijgt als de vraag toeneemt. Succescriterium: de leerling gebruikt in zijn uitleg de begrippen vraag, aanbod en schaarste.
Niet uitgelijnd
De les bestaat uit een tekst over vraag en aanbod en een invulopdracht met begrippen. De toets vraagt: 'Wat is de evenwichtsprijs?' Leerlingen hoeven nergens zelf uit te leggen, en de toets meet een definitie in plaats van een uitleg.
Wel uitgelijnd
Leerlingen bespreken in tweetallen waarom concertkaartjes duurder worden als een artiest populair wordt, en schrijven daarna zelf een uitleg met de drie begrippen. De zelftoets vraagt om dezelfde uitleg bij een nieuw voorbeeld.
Zo doe je dit in MaxAssist
Heb je in MaxAssist je les en je zelftoets gemaakt, dan open je Samenhang en klik je op 'Controleer samenhang'. Max beoordeelt het verband tussen je lesdoel, de activiteiten en de toetsing, en laat per verbinding zien hoe sterk die is, bijvoorbeeld sterk of redelijk. Je krijgt uitleg waarom, en suggesties om de zwakke verbinding te verbeteren. Jij beslist wat je aanpast. Pas je iets aan, dan controleer je opnieuw.
Veelgestelde vragen
Wat is constructieve uitlijning?
Dat je lesdoel, je lesactiviteiten en je toets op elkaar aansluiten: leerlingen oefenen wat het doel vraagt, en de toets meet precies dat. Het begrip komt van de onderwijskundige John Biggs (constructive alignment).
Wat is het verschil met congruentie?
In het onderwijs worden beide woorden gebruikt voor hetzelfde idee: samenhang tussen doel, onderwijsactiviteiten en toetsing. Constructieve uitlijning is de vertaling van Biggs' constructive alignment.
Geldt dit ook voor formatief toetsen?
Ja. Een zelftoets of exitkaartje moet net zo goed meten wat het lesdoel vraagt. Anders weet je na afloop nog niet of leerlingen het doel beheersen.
Hoe weet ik of mijn toets het juiste niveau meet?
Kijk naar het werkwoord. Vraagt het doel 'toepassen', dan moet de toetsvraag een nieuwe situatie geven waarin de leerling het toepast, niet alleen een definitie.
Kan AI de samenhang van mijn les checken?
Ja, als hulp. In MaxAssist beoordeelt Max het verband tussen lesdoel, activiteiten en toetsing en doet hij suggesties. Jij beslist wat je ermee doet.
Check de samenhang in je volgende les
Maak je les en zelftoets vanuit je lesdoel, en laat Max de samenhang controleren. Probeer het 14 dagen gratis.
Volledige toegang · geen automatische verlenging